dinsdag 5 juli 2011

Dag 77 : Mini Palms & Echidna Chasm



De wolken zijn heel de nacht blijven hangen en brachten zwoele temperaturen mee. Ik ben er geen fan van... ik ben nogal gehecht geraakt aan mijn slaapmuts en zonder slaap ik een heel pak minder diep. Voordeel is wel dat we vroeg wakker waren en weer vroeg op pad. Om 8 uur stonden we al aan het begin van de Mini Palms Gorge wandeling. En dat was maar goed ook, want het is lopen over en door de keien van een droge rivierbedding en da’s best vermoeiend. Na een tijdje wordt het pad veel smaller en moeten we langs en over grote rotsen kruipen, de gorge in. In de gorge en op de meest onmogelijke plaatsen in de wanden van de gorge staan Livistona palmen, een soort palmboom dat enkel in de Kimberleys groeien. Wij vinden het erg mooi en zijn benieuwd naar het einde van de gorge. Daar kijken we uit en neer op een grote open ruimte, een soort amphitheater, met een geweldig goeie akoestiek en echo. Het is echter veel te groot is voor het fotoapparaat, dus je gaat ons moeten geloven wanneer we zeggen dat het weer de moeite was.



Na de wandeling en een tienuurtje op naar de volgende. De Echidna Chasm, een smalle spleet (foutlijn) in de rotsen. Ook hier begint de wandeling breed en wordt het smaller en smaller hoe verder je de spleet in wandelt. De kleuren gaan van donkerbruin, bijna zwart tot goudgeel oranje. De kids vinden het een beetje spannend, vooral wanneer ze onder de grote stenen moeten lopen die van boven naar beneden zijn gerold en op een paar meter van de bodem “stuck” zijn komen te zitten tussen de wanden. Op de terugweg zijn de kleuren zo mogelijk nog mooier. Het is nu bijna middag en dat is blijkbaar het mooiste uur. In de kloof was het ook lekker koel, terug “buiten” is het weer lekker warm, veel draaglijker dan gisteren want de wolken hebben er de brui aan gegeven.


Terug aan de tent besluiten we op te breken en alvast uit het nationaal park te rijden. Daar is nog tijd voor en dat spaart morgen weeral een paar uur uit.
Op de heenweg hadden we langs de highway een plekje ontdekt met internet-ontvangst. Daar willen we overnachten. Maar we vinden het niet terug en blijven maar rijden op zoek naar een ander plekje langs de weg. Het is al zo goed als donker wanneer we uiteindelijk een “scenic lookout” pijltje zien en we onze tent kunnen opslaan.
Snel eten klaarmaken en vuurtje stoken. We dachten er helemaal alleen te staan. Maar dat blijkt niet zo te zijn. We worden immers al snel verwelkomd door wel 10 miljoen muggen en vliegskes.... Ik lag dus heel vroeg in mijn bed... En na de muggen kwamen de dingo’s. We werden midden in de nacht wakker van dingo-gehuil dat van wel heel dichtbij kwam. Rosemarie heeft hem door haar open raampje zien rondwandelen. Gelukkig zat er muggengaas in dat raampje.

Ons kampeerplekje aan de scenic lookout, dat ook bij de huilende dongo's in de smaak viel.


De 7 miljard vliegjes die ons kampeerlicht - een geweldig ding by the way - kwamen inspecteren.

Dag 76 : Purnululu !



Het was een warme nacht, die tot gevolg had dat Jan-Willem in zijn slaap uit zijn slaapzak was gekropen en zowat bovenop Rosemarie lag – in een diepe slaap. Ons prinseske (op de erwt) kon daar natuurlijk niet met om, en heel de tent (en omstreken) zal het geweten hebben ;-)
Anyway, wij waren vroeg wakker, en voor 8 uur waren we al opgebroken en op pad. De weg naar het Purnululu Nationaal Park (of de Bungle Bungles) ligt er redelijk hobbelig bij, maar het waren vooral de 36 water crossings die het boeiend maakten. Tegen 10u waren we op de camping, en even later aan het begin van de wandeling.
De Bungle Bungles zijn vooral bekend om de rotsen die er als bijenkorven uitzien, de “domes” met hun zwarte en roodbruine strepen. Zandsteen (de rode lagen), sedimenten van oude rivieren, met een laagje cyanobacterien erover (de zwarte lagen), en dan wind, water en aardplaten die verschuiven. In tegenstelling met de landschappen die we meer westelijk tegenkwamen, is het hier allemaal nog relatief recent, slechts 360 miljoen jaar oud.

We wandelen tussen de bijenkorven, naar de Cathedral Gorge – een gorge met een grote hal op het einde. Daar is het lekker fris en we blijven er dus even hangen. Het is helemaal bewolkt vandaag en daardoor drukkend warm. We wandelen nog naar de Piccaninny Gorge en de lookout over nog meer gelaagde en mooi gevormde rosten. Deze Bungle Bungles stonden zowat bovenaan mijn verlanglijstje hier in Australie, en ze komen hun verwachtingen helemaal na.

Dag 75 : Parry Lagoon – Marlgu Billabong – The Grotto


We hebben vannacht geen bezoek gekregen van de krokodil. De kids en ik maken bij het opkomen van de zon een klein wandelingetje naar de lagoon aan de camping. De krokodillen-val ligt er nog steeds leeg bij. Het stukje lokaas dat gebruikt wordt, is belachelijk klein... Niet moeilijk, denk ik, dat die krokodil daarvoor niet in zo’n kooi kruipt. Maar de camping-uitbaatster lijkt er nogal vertrouwen in te hebben dat het vandaag of morgen wel zal lukken. Wij gaan er niet op wachten. We koefelen wat, doen een poging een en ander stofvrij te krijgen en pakken dan in. We gaan een ritje maken naar Parry Lagoon en de Marlgu Billabong. Die zijn ronduit prachtig. De ligging alleen al, en dan al die waterlelies. En vooral, al die vogels ! Rosemarie kan ze natuurlijk meteen weer bij naam en toenaam noemen. Wij zijn al lang blij wanneer we een reiger van een aalscholver kunnen onderscheiden. Wat een mooie plek is dit. De krokodillen vinden dat ook, maar ze houden zich onzichtbaar.
Het is bijna middag en het wordt ferm heet. Een auto met airco is dan een heerlijke plek. We rijden verder door het lagoon-landschap, dan weer door de savanne. Dit pad wordt duidelijk niet veel gebruikt, het gras staat zeker een meter hoog. We stoppen bij een paar waterholes, ook hier weer veel vogels, waterlelies, onzichtbare krokodillen en een ongeruste moeder.
Na een picknickje rijden we terug de asfalt op. We gaan richting de Bungle Bungles beginnen rijden. Eerst nog even langs The Grotto, nog maar eens een “waterhole”. Heel aantrekkelijk ziet het water er niet uit, dus we zwemmen maar niet. De kids krijgen er vreselijk medelijden met een water monitor (een soort hagedis) die een vishaak met draad door zijn keel heeft steken. Het beest ziet er nog gezond uit, maar zijn poot raakt met momenten verstrikt in de vislijn en dan trekt hij zo ongewild zijn bek open. Maar er is geen ranger in de buurt en zo’n hagedis pak je niet zomaar even op en mee. We moeten hem dus achterlaten....


We rijden de Great Northern Highway op, richting zuiden. Dit is ook de alternatieve weg van Broome naar het noorden, voor zij die geen 4WD hebben of de Gibb River Road niet zien zitten. Maar het is meer dan een troostprijs. De landschappen zijn onverdeeld prachtig. We hebben het uur van de dag (late namiddag) en de richting (zon in de rug) mee, de kleuren zijn weer om stil van te worden.
Onderweg zien we veel koeien en een paar dingo’s. Net gepast bij het ondergaan van de zon komen we aan de afslag naar het nationaal park. Van hier is het nog 50km over redelijk ruwe weg. We zetten onze tent dus op aan de overkant van de weg, waar al een tent of 20 en een caravan of 40 staan ;-)


En we zijn niet eens in China...(waar het drinken van drankjes met reptielen compleet nornaal is)

woensdag 29 juni 2011

Foto's !



Een nieuwe dag, een nieuw internet.... De foto-upload doet nu wel weer mee. Ik heb veel foto's van de voorbije "gorge-ous" week bij de Picasa-albums opgeladen.
Hier nog eentje van ons in de Zebedee Springs en eentje van ons jongetje met zijn vriendje - toen de kids gisterenavond op kikkerjacht gingen, sprong dit kleintje zomaar op Jan-Willem's neus !



De foto's van juni staan hier - voor zij die de link kwijt waren...

Dag 74 : Zebedee Springs & Wyndham

We vieren onze laatste dag langs de Gibb River Road met een pannekoekenontbijt. Daarna rijden we naar de Zebedee Springs. Daar borrelt water van 30 graden zomaar uit de rotsen. Ik moet je niet vertellen dat je daar, onder de palmbomen, met gemak een tijdje kan liggen dobberen. Het is er ferm druk - ne man of 20 is dat dan... - maar wij vinden een heerlijk diep en groot plekje aan de top van de springs. Onze badgenoot weet ons te vertellen dat het warme water helemaal van Papua New Guinea komt, helemaal onder de zeebodem door. De kids amuseren zich met een bende kabouterkikkertjes. Tegen de middag gaan de springs toe voor de normale mensen (na de middag komen prive-groepen en tours) en dus moeten wij ook opkrassen.
We rijden de laatste kilometers van de Gibb River Road af. Hehe, dat was weer mooi, en stoffig.
Aan de highway slaan we linksaf, richting Wyndham. Maar we kunnen het niet laten. Even verder hebben we alweer genoeg van de asfalt en pakken we de Old Halls Creek Road. Een stevig hobbelend pad dat naar Parry's Lagoon gaat door een prachtig wetland. Veel vogels hier, veel water nog altijd. We kamperen dichtbij de lagoon en horen dat in de billabong - die toch wel zeker 70meter van onze tent ligt - een saltwater crocodile zit, die ze nu proberen te vangen. In een poging ons gerust te stellen zegt de mevrouw dat de krokodillen hun prooi niet op het land komen vangen - meestal toch niet.
We rijden nog wat verder naar Wyndham en slaan wat (peperdure) verse groenten en fruit in, en gaan naar de Five Rivers Lookout. Dat is weer zo'n waaaw-plek, die je niet op een foto krijgt. In Wyndham komen verschillende grote rivieren al kronkelend samen, daarrond liggen grote getijde-moddervlaktes en bergen. Denk daar een ondergaande zon bij... Waaw !
Nu zitten we in de camp kitchen - op de vlucht voor de muggen, en omringd door kikkertjes.
Het internet hier stelt mijn engelengeduld (not!) zwaar op de proef en net nu laat de foto-upload het weten. Misschien lukt het morgen wel...

Dag 73 : El Questro Gorge



En we gaan nog maar eens gorge-n. Naar El Questro Gorge. Da’s een erg smalle, maar daardoor ook een mooie, en een schaduwrijke. Dat is dan weer erg aangenaam, want we voelen dat het hier een pak warmer is dan bv in Broome. Langs de gorge lopen we onder palmbomen en andere bomen wiens wortels ingewikkelde toeren moeten uithalen om de bijbehorende boom recht te houden. We moeten –tig keer de creek oversteken en klauteren van de ene naar de andere steen. Zo hebben we het natuurlijk graag.
Ongeveer halverweg kom je aan een gezellig pooltje met een enorme steen. De wandeling gaat verder achter deze steen. Maar dan moet je er natuurlijk eerst wel over. Mits wat zwemmen en geklauter lukt het me wel, de kids wrikkelen zich ook een weg naar boven, en Jurgen ook. Een sympathieke medewandelaar brengt Jurgen’s schoenen nog even mee en we wandelen nog even verder door de gorge. Maar we hebben onze spullen en water achtergelaten en hebben ook niet zo veel zin om helemaal tot aan het einde te gaan. Het geklauter en het teug naar beneden springen en zwemmen, vinden we veel leuker. Dus, we keren weer en genieten nog wat van het water aan “halfway point”. Dan wandelen we terug en eten een boterhammeke aan de tent.
Dan rijden we naar een ander stukje van El Questro, Explosion Gorge – zo genoemd omdat ze er vroeger visten met dynamiet. Langs de gorge liggen een paar mooie waterholes, maar weerom – niet om in te zwemmmen. Wij zijn echter geen krokodillen, maar bij de watercrossings ben ik toch niet helemaal op mijn gemak. Hoofden en handen moeten binnen blijven en de raampjes heb ik eigenlijk liever dicht – Jurgen vindt natuurlijk dat ik hiermee overdrijf...
Wat doe je dan als je aan ’ t water staat en je mag er niet in ? ja, natuurlijk, steentjes gooien he. Blijkt ook zo’n oerinstinct te zijn bij jongens. De onweerstaanbare drang om stenen in het water te gooien.
We blijven zien de zon ondergaan op nog een ander mooi uitkijkpunt en hobbelen dan terug, door het water naar onze tent.
De menukeuze-prijs was vandaag voor mij : ik spotte vanmorgen als eerste de 4 brolga’s die rustig door het gras liepen en zag daarna ook nog eens een klein slangetje !

Dag 72 : Emma Gorge & El Questro



Het gras van de campground in Home Valley heeft ons deugd gedaan. Het Gibb River stof zit ondertussen overal, onze kleren zijn “beyond dirty” en ik zal maar zwijgen over wat er uit onze neuzen komt. Maar veel stof-respijt krijgen we niet. We pakken weer in en gaan terug op weg. Even voorbij de Home Valley Station moeten we over de Pentecost River. Fotogeniek gelegen vlak voor de Cockburn ranges is dit zowat de breedste river-crossing hier in de Kimberleys. In het natte seizoen moet het een gigantische rivier zijn van enkele honderden meters breed. Nu zien we ver buiten de huidige oevers de overblijfselen van de voorbije regenmaanden. De crossing zelf is redelijk bumpy en lang, maar niks onoverkomelijks en we zien ook geen griezelige krokodillen.
We rijden door tot aan Emma Gorge. Deze gorge ligt al op het terrein van El Questro Station – waar we later naar toe rijden om er te kamperen. Emma Gorge is geweldig mooi. De wandeling loopt langs de creek, onder de palmbomen en gaat hoppend van de ene kant naar de andere kant van de gorge.
Halverwege komen we een slang tegen – volgens de kids een groene boom slang, die er hier eerder wat okerkleurig uitziet en even verder zien we een bende mini-kikkers. Jan-Willem, die ze uiteraard weer eerst gespot heeft – wint hiermee alvast de prijs van de menukeuze (wie het coolste dier van de dag ontdekt, mag kiezen wat we eten).
Aan het einde van de wandeling komen we aan een pool omgeven langs 3 kanten door metershoge kliffen. Links komt een waterval naar beneden, in het midden lijken er wel regendruppels te vallen. Maar de beste verrassing zit rechts, verscholen achter wat rotsen. Daar komt lekker warm water naar beneden. De rotsen zijn er warm en met een beetje klauterwerk zitten we net in een spa, warm water stroomt over onze rug, terwijl we uitkijken over de waterval en de pool. Relax max. Om het af te leren springen we daarna terug in het veel koudere water en zwemmen tot onder de waterval. Heerlijk.


Helemaal opgefrist wandelen we terug en rijden dan naar de El Questro.
We slaan onze tent op op een prive-camping plekje langs de rivier, enkel omringd door palmbomen, boabs en eucalypts, en het geluid van de rivier, de kikkers en de vogels. 2 nadelen. De dichtsbijzijnde wc is een 1,5 kilometer verder, en we kunnen niet in de rivier. De Pentecost River is een “no-go” voor zwemmers, ze is ingepalmd door zwemmers van een andere soort, krokodillen, zo van die gevaarlijke zoutwater-gevallen.
In El Questro komen we ook weer Ben & Juliette tegen. Die kwamen we al verschillende keren tegen en Rosemarie en Jan-Willem noemen hen “de vrienden”. Met hen rijden we tegen zonsondergang naar de Saddleback Ridge. Het 360graden zicht van daar is er weer een dat te klein is voor een foto-apparaat en we prijzen ons weer gelukkig dat wij het mogen zien.
We keren terug naar onze tent, koken een potje en genieten na bij het kampvuur.